A- A A+

Historie

De Personen.

Van 1836 tot 1907 woonde Reinier Smeets als smid in Maasbracht-Dorp.
Een van zijn vele kinderen was Christiaan Smeets, die leefde van 1866-1916.
Deze begon hier in Maasbracht-Beek in 1895 een eigen smederij.
Christiaan was eigenaar van een van de eerste auto's in het dorp en verhandelde ook motorfietsen en zelfgebouwde rijwielen. Techniek was voor hem geen enkel probleem.
In 1897 werd een opvolger geboren, namelijk René.

Na het overlijden van Christiaan in 1916 (zijn vrouw stierf in 1914), moest René noodgedwongen zijn studie aan het College in Roermond opgeven en als 19-jarige de zaak in zijn eentje voortzetten.
In 1924 huwde hij Josephine, dochter van rad- en wagenmakerij Hecker uit Thorn, waaruit zes kinderen geboren werden.
Voor de oudste zoon Pierre bouwden zij in 1960 in Maasbracht-Dorp een woonhuis annex winkel in elektriciteits-artikelen en -installatie's.
Hier werd in 1958 dan ook René geboren.
Na aankoop door Pierre van de ouderlijke smederij en renovatie, nam René hier in 1983 zijn intrek.

Het Gebouw.

In 1895 kocht Christiaan Smeets in Maasbracht-Beek een bestaand gebouw met grote achterliggende tuin.
In 1898 werd dit pand bijna geheel afgebroken en door hem zeer minitueus weer opgebouwd tot een voor die tijd grote, moderne smederij met toebehoren.
Uit die tijd stammen dan ook de smeedijzeren letters C en S op de voorgevel.
De totale verbouwsom bedroeg ƒ. 2.000,95 (guldens), waarbij rekening gehouden dient te worden met het feit dat de klantenkring van Chris de Smeed uit boerenmensen bestond die slechts één keer per jaar, namelijk met Driekoningen, de jaarrekening kwamen betalen.
Deze varieerden dan tussen ƒ. 20,00 en ƒ. 75,00, al naar gelang de grootte van het boerenbedrijf.
Sommigen konden het hele bedrag niet betalen, waardoor bijvoorbeeld per 1 januari 1904 de jaarrekening begon met : “tekort van 1903 ƒ. 2,25”.

Zelfs twee smidsvuren werden geïnstalleerd, vooreerst met een grote blaasbalg op zolder.
Voor het hoefbeslag kwam er voor de paarden een stevige “noodstal” waar nu het receptie-kantoor zich bevindt.
Toen rond 1910 de elektriciteit zijn intrede deed, kwam er direkt een elektrische ventilator en werd ook de boor- en slijpmachine hierop aangesloten.
Ook werd er een café ingericht met de naam “In Het Gouden Hoefijzer”, waarvan het originele uithangbord in het huidige pand aanwezig is.
Aan de voorzijde (nu bar) kwam een speciale ruimte voor de rijwielverkoop inclusief rijles hierop!
De grote toegangspoort aan de voorzijde diende als autostalling, terwijl de smidse zelf meer naar achteren gelegen was.

Na 1920 bouwde René de zaak gestaag uit tot een drukke dorpssmederij met alle aanverwante artikelen zoals kachels, landbouwwerktuigen, zelfgebouwde radio's en elektrische licht- en krachtinstallatie's.
In 1930 deed een groot acethyleen-gastoestel zijn intrede voor de laswerkzaamheden, in 1941 gevolgd door een zwaar elektrisch lasapparaat en een nieuwe kolomboormachine.
Na de tweede wereldoorlog begonnen de agrarische omstandigheden zich te wijzigen, waarbij de jaren bij René begonnen mee te tellen.
De meeste boeren verdwenen uit het tijdsbeeld, de smederij liep op een einde.
Zoon Pierre kocht het gehele complex op en na renovatie van het woongedeelte nam diens zoon René zijn intrek hierin.

Omdat in geheel midden-Limburg o.a. door de industrialisatie een grote behoefte ontstond aan overnachtingsaccomodatie's en er toch twee kamers vrij waren, verschenen de eerste gasten.
De allereerste gast was in 1986 niemand minder dan sportjournalist Coo Dijkman van dagblad De Telegraaf en een overnachting inclusief ontbijt kostte toen ƒ 25,- (€ 11,35).
De drie grote smidszolderruimten lagen leeg en in een daarvan werden de kamers met de (huidige) nummers 3 en 4 gerealiseerd, waarna wegens explosief toenemende bezetting al snel de kamers 5, 6 en 7 volgden.
De nostalgische (lees antieke) smederij-inboedel werd in zijn geheel verkocht aan een verzamelaar en in deze ruimte werd een berging en CV-ruimte gecreëerd.
Ook werd nog een dubbele garage geplaatst.
In 1992 werd aan de achterzijde een compleet nieuw gebouw neergezet met nog weer zeven kamers en alle bijbehorende voorzieningen.
Dit gehele complex werd in 1999 door Pierre aan René verkocht.
Ondertussen was los hiervan aan de achterzijde nog een grote garage met bovenverdieping gebouwd, voornamelijk om te dienen als berging.
Sinds 1986 is dit gehele perceel uitgegroeid tot een accommodatie waarin alle nationaliteiten altijd een goed onderkomen hebben kunnen vinden, hetgeen ook blijkt uit het meermaals terugkomen van gasten.

Ligging